Woensdag en vrijdag: Vasten in herinnering aan verraad en kruis (uitgebreide en verrijkte versie in de geest van de Orthodoxe Kerk, met meer Bijbelse verwijzingen en citaten van de Heilige Vaders en Traditie)
In de Orthodoxe Kerk zijn woensdag en vrijdag het hele jaar door vastendagen. Deze praktijk gaat terug tot de allereerste christelijke gemeenschap en is diep geworteld in de gebeurtenissen van de laatste dagen van Christus’ aardse leven.
- Woensdag: de dag waarop Judas Iskariot besloot Christus te verraden voor dertig zilverstukken (Matteüs 26:14-16).
- Vrijdag: de dag waarop onze Heer Jezus Christus werd gekruisigd en Zijn leven gaf voor de redding van de wereld (Marcus 15:25-37).
Door op deze dagen te vasten, herinnert de Kerk ons eraan dat het verraad en het kruis geen louter historische feiten zijn, maar geestelijke werkelijkheden die ons eigen leven raken. Wij staan elke week opnieuw voor de keuze: verraden wij Christus in ons hart, of dragen wij ons kruis met Hem mee?
Een oud en Bijbels patroon Het vasten op woensdag en vrijdag is geen latere uitvinding, maar een apostolische traditie die teruggaat tot de eerste eeuw. In de Didachè (rond het einde van de 1e of begin 2e eeuw) lezen we reeds: “Laat uw vasten niet samenvallen met dat van de huichelaars… maar vast op woensdag en vrijdag.” (Didachè 8,1)
De Apostolische Constituties (Boek V, hoofdstuk 14) bevestigen dit met nog meer nadruk en schrijven het zelfs toe aan een rechtstreeks gebod van Christus Zelf: “Hij [Christus] heeft ons Zelf opgedragen deze zes dagen te vasten vanwege de goddeloosheid en overtreding van de Joden, door ons te bevelen te vasten op woensdag en vrijdag.”
De heilige hiëromartelaar Petrus van Alexandrië († 311) verklaart in zijn 15e canon: “Op woensdag vasten wij, omdat op die dag de raad van de Joden bijeenkwam om de Heer te verraden; op vrijdag, omdat Hij op die dag voor ons de dood aan het kruis heeft geleden.”
Ook in de Heilige Schrift is vasten een wezenlijk en vreugdevol onderdeel van het leven met God:
- Mozes vastte veertig dagen op de berg toen hij de Wet ontving (Exodus 34:28).
- Elia vastte veertig dagen op weg naar de berg Horeb (1 Koningen 19:8).
- Daniël vastte en bad om inzicht en vergeving voor zijn volk (Daniël 9:3).
- De profetes Anna diende God “met vasten en bidden, nacht en dag” (Lucas 2:37).
- Jezus Zelf vastte veertig dagen in de woestijn (Matteüs 4:2) en leerde ons: “Wanneer u vast…” (Matteüs 6:16) – niet “als”, maar “wanneer”.
- De apostelen leefden dit na: “Terwijl zij de Heere dienden en vastten, zei de Heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af…” (Handelingen 13:2).
Vasten was dus vanaf het begin een normaal en essentieel onderdeel van het leven van de Kerk, een levende traditie die ons verbindt met de apostelen, de martelaren en alle heiligen.
De geestelijke betekenis Het vasten op woensdag en vrijdag draagt een diepe symboliek die ons hart raakt:
- Woensdag herinnert ons aan het verraad van Judas. Het confronteert ons met de pijnlijke waarheid dat in ieder van ons een potentiële Judas schuilt. Ook wij kunnen Christus verraden door gemakzucht, liefde voor geld, macht of door ons hart te verharden tegenover de naaste.
- Vrijdag herinnert ons aan het kruis. Het leert ons dat ware vrijheid en liefde niet liggen in zelfbehoud, maar in zelfgave. Door sober te leven, verenigen wij ons in kleine mate met het lijden van Christus en bereiden wij ons voor op de vreugde van de wekelijkse Opstanding op zondag.
De Kerkvaders zagen dit vasten niet als een last, maar als een geestelijke wapenrusting. De heilige Johannes Chrysostomus leert ons: “Doet gij vasten? Geef er dan bewijs van door uw werken. Ziet gij een arme? Heb medelijden met hem. Ziet gij een vijand? Verzoen u met hem. Ziet gij een vriend die in eer stijgt? Wees niet jaloers. Laat niet alleen uw mond vasten, maar ook uw oog, uw oor, uw voeten, uw handen en alle leden van uw lichaam. Laat de handen vasten door zich te onthouden van hebzucht. Laat de voeten vasten door niet meer naar de zonde te lopen. Laat de ogen vasten door niet te kijken naar wat zondig is. Laat het oor vasten door niet te luisteren naar laster en kwaadsprekerij. Laat de mond vasten van vuile woorden en onrechtvaardige kritiek.”
En elders noemt hij het vasten “de wapenrusting van de ziel, die ons waakzaam maakt tegen de zonde en ons hart opent voor de genade.”
De heilige Basilius de Grote vult dit aan: “Het ware vasten is de verwijdering van het kwaad, de matigheid van de tong, de onthouding van toorn, de scheiding van begeerten, laster, leugen en meineed. Het onthouden hiervan is het ware vasten.”
De christelijke vervulling In het Oude Testament was vasten vaak verbonden met rouw en boete. In Christus heeft de Kerk dit een nieuwe, vreugdevolle betekenis gegeven: een weg van geestelijke waakzaamheid, verwachting en theosis – het groeien naar de goddelijke gelijkenis.
Wij vasten niet om onszelf te straffen of verlossing te verdienen, maar om ons hart vrij te maken voor de Heilige Geest. Vasten is een disciplinair hulpmiddel om ons geestelijk te bewapenen tegen de duivelse machten en onze eigen passies die ons van God afhouden.
Het omvat niet alleen het lichamelijk onthouden van bepaalde spijzen en dranken (zoals vlees, zuivel, olie en wijn volgens de regels van de Typikon), maar veeleer de geestelijke onthouding van slechte gedachten, kwade woorden, roddel, kwaadsprekerij, slechte gewoonten, tijdverspilling en alle afleidingen van gebed en God. Het betekent het verwerpen van verslavingen (roken, drugs, alcohol, gokken, pornografie) en het afstand nemen van goddeloos entertainment (bepaalde films, series, muziek en games) die het hart verduisteren.
Zoals de heilige Serafim van Sarov ons bemoedigt: “Op woensdagen en vrijdagen, vooral tijdens de vier vastentijden, eet één keer per dag, en de engel des Heren zal bij u blijven.”
De heilige Johannes Chrysostomus herinnert ons eraan dat vasten een medicijn is voor de ziel: “Vasten is als een medicijn. Maar zoals alle medicijnen, hoe heilzaam ook, nutteloos of zelfs schadelijk wordt in de handen van wie er niet verstandig mee omgaat.”
De Kerk wordt geleid door dezelfde Heilige Geest die de apostelen leidde. Daarom is dit ritme van woensdag en vrijdag geen menselijke regel, maar een levende traditie die ons verbindt met Christus, de apostelen en de heiligen door de eeuwen heen. In de liturgische boeken (Typikon) van de Orthodoxe Kerk blijft deze praktijk tot op de dag van vandaag bewaard, behalve in de vreugdevolle periodes rond de grote feesten.
Elke woensdag en vrijdag nodigt de Kerk ons uit om stil te staan bij het verraad en het kruis – niet om ons te veroordelen, maar om ons eraan te herinneren dat wij elke dag de keuze hebben: de weg van Judas of de weg van Christus, die leidt tot heiliging en de opstanding.
Door te vasten leren wij waakzaam te zijn, nederig te leven en ons hart te richten op de Heer. Zo worden wij, geleid door de Heilige Geest, steeds meer gevormd naar het beeld van Hem die voor ons is gestorven en opgestaan.
Moge deze oude en heilige praktijk ons helpen om elke week opnieuw te zeggen: “Heer en Meester van mijn leven…” (gebed van de heilige Efrem de Syriër) en zo in waarheid te leven naar het Evangelie.
Met hartelijke groet in Christus,
Nikola Romanov
Christus is onder ons, Hij is en zal zijn!
Reactie plaatsen
Reacties