"Niet de Zoon, maar alleen de Vader"

Gepubliceerd op 9 april 2026 om 10:01

“Noch de Zoon, noch de engelen, alleen de Vader weet het Uur” Jezus’ woorden over het Laatste Oordeel en de diepte van de incarnatie

 

In de Evangeliën vragen de discipelen Jezus op een bepaald moment wanneer “het Uur” zal komen. Met “het Uur” wordt hier verwezen naar de Dag des Oordeels – het moment waarop de Zoon des Mensen komt in heerlijkheid en God een eindoordeel velt over elk menselijk leven. Een treffend beeld hiervan vinden we in Matteüs 25, waar Jezus de schapen van de bokken scheidt.

Het antwoord van Jezus heeft door de eeuwen heen veel vragen en discussies opgeroepen. Hij zegt namelijk: “Maar van die dag en dat uur weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, en zelfs de Zoon niet, maar alleen de Vader” (Matteüs 24:36; zie ook Marcus 13:32).

Hoe is dit mogelijk als Jezus zelf God is? Dit mysterie raakt aan de kern van de incarnatie: Christus is volledig God én volledig mens, twee naturen verenigd in één Persoon zonder vermenging, zonder verandering, zonder scheiding (Concilie van Chalcedon, 451). De Kerkvaders hebben zich intensief met deze uitspraak beziggehouden. Er is niet één enkele uitleg, maar verschillende complementaire inzichten uit Schrift en Traditie die ons helpen dit dieper te verstaan.

 

1. De kenosis – de vrijwillige zelfontlediging

De eerste en belangrijkste verklaring ligt in de kenosis (zelfontlediging) waar de apostel Paulus over spreekt in Filippenzen 2:5-8: “Laat dezelfde gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was: Hij, Die in de gestalte van God was, … ontledigde Zichzelf en nam de gestalte van een dienstknecht aan, en werd gelijk aan de mensen.”

In Zijn menselijke natuur koos Jezus er vrijwillig voor om Zich te beperken tot onze menselijke conditie. Dit betekent niet dat Hij Zijn goddelijkheid verloor of dat Zijn alwetendheid ontoereikend werd. Het betekent dat Hij uit liefde bepaalde aspecten van Zijn goddelijke kennis “niet gebruikte” of zich eraan “leegmaakte”, om werkelijk één van ons te worden.

Gregorius de Theoloog (Gregorius van Nazianzus) behandelt dit vraagstuk uitgebreid in zijn Theologische Oraties (vooral Oration 30). Hij schrijft dat we “deze onwetendheid in de meest eerbiedige zin [moeten] verstaan, door haar toe te schrijven aan de mensheid en niet aan de Godheid.” Hij benadrukt dat de absolute titel “de Zoon” (zonder toevoeging “wiens Zoon”) ons wijst op de menselijke natuur waarin Christus spreekt. Tegelijk herinnert Gregorius ons aan zijn beroemde principe: “Wat niet aangenomen is, is niet genezen.” Omdat de menselijke natuur beperkingen kent – waaronder groei in wijsheid en kennis (Lucas 2:52) – nam de Zoon die natuur volledig aan, inclusief deze menselijke beperking, om ons te genezen.

In Zijn goddelijke natuur weet de Zoon alles wat de Vader weet (want Vader, Zoon en Heilige Geest zijn één in wezen). Maar in Zijn menselijke natuur, tijdens Zijn aardse leven, leefde Hij in vrijwillige gehoorzaamheid aan de wil van de Vader.

 

2. Taalkundige en contextuele uitleg: “niet openbaren”

Een tweede inzicht komt uit de Griekse tekst. Het werkwoord oida (“weten”) kan in bepaalde contexten de nuance hebben van “bekendmaken”, “openbaren” of “centraal stellen”. De uitspraak kan dan gelezen worden als: “Het is niet aan de engelen, noch aan de Zoon om dat Uur te openbaren, maar alleen aan de Vader.”

Dit past perfect bij wat Jezus onmiddellijk daarna doet: Hij beschrijft uitgebreid alle tekenen en “weeën” die aan het einde voorafgaan (Matteüs 24:4-31). Hij bezit dus de kennis, maar Zijn taak tijdens Zijn aardse bediening was niet om de precieze dag en het precieze uur te onthullen. Dat behoort tot de soevereine wil van de Vader.

De apostel Paulus gebruikt hetzelfde werkwoord oida in een vergelijkbare functionele betekenis. In 1 Korintiërs 2:2 schrijft hij: “Want ik had besloten niets anders te weten (oida) onder u dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.”

Paulus bedoelt daarmee niet dat hij letterlijk niets anders meer wist – hij kende de Schriften, de filosofie van zijn tijd en het dagelijks leven maar al te goed. Hij kiest ervoor om in zijn prediking en leven niets anders centraal te stellen dan Christus en Hem gekruisigd. Op dezelfde manier kiest Jezus ervoor om het exacte Uur niet te openbaren, ook al kent Hij het in Zijn goddelijke natuur. Het gaat hier om een bewuste prioriteit keuze en gehoorzaamheid aan de Vader.

 

3. De Bruidegom en de rol van de Vader – een diepe bijbelse en culturele parallel

Een derde verklaring komt uit de Joodse huwelijkstraditie waarin Jezus leefde en die Hij bewust gebruikt als beeld voor het Koninkrijk van God. In de eerste-eeuwse Joodse cultuur bestond het huwelijk uit twee hoofdonderdelen: de verloving (erusin/kiddushin) en de huwelijksvoltrekking (nisuin). De vader van de bruidegom speelde een centrale, eervolle rol. Hij (of soms een vertrouwde dienaar) regelde vaak de keuze van de bruid, betaalde de bruidsschat (mohar), en bepaalde – in overleg met de families – het precieze moment van de bruiloft.

Zelfs als de bruidegom en de bruid ongeveer wisten wanneer het zou gebeuren, was het niet de taak of de rol van de bruidegom om het exacte uur aan de gasten of de gemeenschap bekend te maken. Dat bleef de verantwoordelijkheid van de vader, uit eerbied voor zijn gezag in het gezin. Dit behield de waardigheid van de vader en zorgde voor een gepaste spanning en verwachting. De bruidegom bereidde ondertussen een plaats voor zijn bruid (vaak een kamer bij het huis van zijn vader, zie Johannes 14:2-3), terwijl de bruid zich in zuiverheid en waakzaamheid voorbereidde.

Jezus neemt dit culturele beeld bewust over en vervult het op een dieper, theologisch niveau. Hij presenteert Zichzelf herhaaldelijk als de Bruidegom:

  • In Marcus 2:19-20 zegt Hij: “Kunnen de bruiloftsgasten soms vasten zolang de bruidegom bij hen is? … Maar de dagen zullen komen dat de bruidegom van hen weggenomen wordt…”
  • Johannes de Doper noemt Hem expliciet de Bruidegom: “Wie de bruid heeft, is de bruidegom … Hij moet groeien, maar ik moet kleiner worden” (Johannes 3:29-30).
  • In de gelijkenissen van het Koninkrijk vergelijkt Jezus Zich met de bruidegom die onverwacht komt (Matteüs 25:1-13 – de tien maagden) en met de koning die een bruiloftsfeest aanricht (Matteüs 22:1-14).

In het Oude Testament is dit beeld nog dieper geworteld: God Zelf is de Bruidegom van Israël (Jesaja 54:5; 62:5; Hosea 2:19-20; Ezechiël 16). Jezus claimt dus deze goddelijke rol voor Zichzelf en presenteert de Kerk als Zijn bruid (zie ook 2 Korintiërs 11:2; Efeziërs 5:25-32; Openbaring 19:7-9 en 21:2, waar het hemelse Jeruzalem als een bruid voor haar Man verschijnt).

In deze context is het volkomen passend dat “alleen de Vader” het Uur openbaart. De Vader is als het ware de Vader van de Bruidegom, Die in soevereine wijsheid het moment van de eschatologische “bruiloft” – de glorieuze wederkomst van Christus en de voleinding van het Koninkrijk – bepaalt en bekendmaakt. Dit onderstreept zowel de eenheid van Vader en Zoon (Zij werken in volmaakte harmonie) als de vrijwillige onderwerping van de Zoon in Zijn menselijke natuur.

 

Pastorale betekenis voor ons vandaag

Wat zouden we eigenlijk van Jezus verwachten als antwoord? Een exacte datum, maand, jaar – volgens welke kalender (Juliaans, Gregoriaans, zonne- of maankalender) en in welke tijdzone?

In plaats daarvan roept Hij ons op tot waakzaamheid: “Weest waakzaam dan, want u weet niet op welke dag uw Heer komt. … Daarom moet ook u klaar zijn, want de Zoon des mensen komt op een uur dat u niet verwacht” (Matteüs 24:42, 44).

Hij komt als een dief in de nacht (1 Thessalonicenzen 5:2). Laten we daarom leven als de wijze maagden met brandende lampen en voldoende olie (Matteüs 25:1-13): in voortdurende bekering, gebed, deelname aan de sacramenten en werken van barmhartigheid. Niet uit angst, maar uit liefde voor de Bruidegom Die ons komt halen.

Dit alles komt bijzonder tot leven in de Orthodoxe liturgie tijdens de Bruidegom-diensten (Nymphios) van de eerste drie dagen van de Heilige Week. Elke avond zingen we: “Zie, de Bruidegom komt in het midden van de nacht…” terwijl de icoon van Christus de Bruidegom in het midden van de kerk geplaatst wordt. Deze diensten verbinden Matteüs 24-25 direct met de passie van Christus en herinneren ons eraan dat Zijn kruis de weg is naar de bruiloftsfeest van het Lam.

Wie meer wil lezen over hoe Jezus’ schijnbare verlatenheid aan het kruis eveneens een diepe uiting is van dezelfde kenosis, kan het eerdere artikel over “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” raadplegen.

Moge dit mysterie ons niet verwarren, maar ons juist dichter brengen bij de God-mens Die Zich uit oneindige liefde zo diep voor ons heeft vernederd. Niets van wat Jezus zegt of doet, is zonder reden. Alles nodigt ons uit tot een waakzaam, hoopvol en heilig leven – in afwachting van Zijn glorieuze wederkomst, wanneer Hij alle dingen nieuw zal maken en de bruiloft van het Lam zal voltrekken.

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.